Aostadal 2
Torre Daniele -Sarre 63 km
Camping Monte Bianco
2 t/m 7 juni
Hoewel we dichter naar de hoge bergen rijden zijn de witte toppen bijna niet meer te zien vanwege de bewolking. Toch rijden we ‘s middags de berg op naar Saint Nicolas waar weer een kerkje op een mooi uitzichtpunt staat. Terwijl we uit de auto stappen begint het een beetje te miezeren, maar tijdens ons wandelingetje door het bos merken we daar weinig van. Wel daalt de temperatuur behoorlijk door de wind. Pas na het avondeten begint het door te regenen.
Met de vesten aan en de regenjasjes en koffie in de rugzak verlaten we om half 10 de camping om eerst langs de supermarkt te gaan om brood te kopen voor de lunch. We gaan naar het Nationaal Park Gran Paradiso en als je de website opent, verschijnt er een pop-up met de openingstijden van de horeca: tot 7 juni is alles doordeweeks gesloten. Bij Introd verlaten we het Aostadal en worden we welkom geheten d.m.v. een bannner van de (vorige) paus. Hier komt de paus als het in de maand augustus in Rome te warm wordt. We rijden het Valle de Rhemes in en na een aantal tunnels komen we in Rhemes Notre Dame op 1750 m hoogte. Voor de wandeling volgen we een pad langs de hardstromende rivier die door het dal loopt. Overal komen kleine en grote watervallen uit de met sneeuw betopte bergen. Het is altijd intrigerend hoe dit zo hard door blijft stromen. Halverwege onze wandeling komen we bij het idyllische meertje Lago Pellaud. De zon is gaan schijnen en de vesten kunnen uit, dat is al meer dan we verwacht hebben. We vervolgen de wandeling door bos dat met al zijn kleuren groen schitterend afsteekt tegen de witte toppen. Het is geen straf om dezelfde route terug te lopen.
Ondanks de het miezerige weer rijden we naar Valsavarench. In tegenstelling tot het lieflijke beboste Valle de Rhemes heeft dit dal kale steile rotswanden waar vele watervallen naar beneden kletteren en nog bevroren sneeuw ligt. Op veel plekken proberen de mensen de rivieren nog wat in banen te leiden. Als we aankomen aan het eind van het dal waar op 2000m hoogte een grote parkeerplaats is, begint het harder te regenen. We eten ons brood op in de auto en wachten een halfuurtje tot het droog is. De temperatuur is gezakt tot 7°C. Zo gaat Theo in zijn korte broek en Wil met een muts op naar buiten. Dit rotsachtige gebied is de leefwereld van gemsen en steenbokken. Op ons kleine wandelingetje spotten we er een paar. Opwarmen doen we met warme chocolademelk met slagroom in de berghut die gelukkig open is.
De voorspelling van het weer is beter wanneer we het Valle De Cogne inrijden. Cogne is het enige grote dorp in het Nationaal Park. Vanaf de parkeerplaats lopen we het mooie oude dorpje in dat helemaal is ingericht op zomer- en wintertoeristen, veel horeca, delicatessenwinkels met regionale kaas en worst en souvenirs winkeltjes, die bijna allemaal open zijn. Er waait nog een koude wind in het dorp, dus de koffie drinken we binnen. Dan lopen we over een breed bospad naar Lilaz vanwaar we naar de watervallen lopen. De bedoeling is om een rondwandeling langs alle watervallen te maken maar het stenen pad omhoog is erg glibberig vanwege de regen die gevallen is. We ontmoeten een Nederlands echtpaar dat met de camper bij ons op de camping staat. We raken aan de praat en lopen samen terug naar Cogne. Zij zijn met de bus gekomen, maar rijden gezellig met ons mee terug. In het dal wordt druk gewerkt aan het herstellen van de weg, waarvan sommige delen ingestort zijn. Ook hebben veel bomen het noodweer in april niet overleefd. Het is een knap staaltje werk hoe dit allemaal weer in orde gemaakt wordt.
De laatste dag in Italië lopen we met ons hoofd in de wolken. Op de grens van Italië en Frankrijk, naast de ingang van de Mont Blanctunnel is de Skyway Monte Bianco, een bijzondere gondellift die in 2015 geopend werd. In twee aansluitende trajecten brengt een ronddraaiende gondel bezoekers naar Punta Helbronner op 3466 meter hoogte. Eenmaal boven heb je een overweldigend uitzicht op de hoogste berg van de Alpen, de Mont Blanc, oftewel de Monte Bianco in het Italiaans. We bekijken de weersverwachting en boeken kaartjes voor wat de zonnigste dag van de week moet zijn. De zon schijnt op het dalstation op 1300 meter wanneer de eerste gondel ons tot 2173 meter hoogte brengt. Daar hebben we een spectaculair uitzicht op de omliggende bergen. Dan begint het al te miezeren en trekken de wolken op. We wagen het erop, misschien brengt de volgende gondel ons boven de wolken uit. Maar nee, in dichte mist komen we aan op 3466 m. Geen uitzicht op het observatieplatform. We gaan naar de naastgelegen beroemde berghut Refugio Torino. Om daar te komen gaan we met de lift naar beneden en lopen we een gang door. Eenmaal weer buiten staan de bergbeklimmers zich te ontdoen van hun bepakking. Volgens hun is het bijna altijd dit weer boven. Ja, dat zeggen ze niet in de advertenties. We drinken koffie met gebak en gaan weer naar het dal waar de zon schijnt. Toch is het geweldig om dit fantastische staaltje architectuur te bewonderen.
Met de Pinksteren zijn we nog een paar dagen in Colmar, waar we in het begin van onze reis naartoe wilden. Nu hebben we gereserveerd.

Hier is het ook zeer wisselvallig weer, maar we moeten het er mee doen. Veel plezier in Colmar. Prachtige regio de Vogezen.
Op naar de Elzas en jullie krijgen nog heel mooi weer 🥵
Geniet van het laatste stukje.
😘🤗
Nog veel plezier.